Chinees porselein: Kendi
Een Chinese kendi is een kruik die tijdens de 14de eeuw, sommige auteurs zeggen 16de eeuw, in de Ming-dynastie in Chinese vervaardigd werden voor expliciete export naar Zuidoost-Azië en het Midden-Oosten, met de name voor de Turkse markt. Het zou mogelijk zijn dat de allereerste kendi’s in Zuidoost-Azië zelf gemaakt werden maar dat Chinese pottenbakkers de technieken overnamen tijdens de regeerperiode van keizer Wanli (1573 – 1619). Vanaf de tweede helft van de 17de eeuw ging ook Japan in de ovens van Arita de Chinese kendi’s imiteren voor de export naar het westen en Zuidoost-Aziatische landen waaronder Vietnam.
Een Chinese kendi is herkenbaar aan een gedrongen lichaam met een lange nek en korte tuit met een kleine opening. De belangrijkste toepassing van de Chinese kendi was hoogstwaarschijnlijk drinken en het wassen met water. Dankzij de vorm van de tuit kon men hygiënisch een Chinese kendi delen zonder dat bacteriën van de drinkers met elkaar gedeeld werden. Omdat de Chinese kendi geen handvat had, werd hij vastgehouden aan de nek om het water uit te schenken. Mogelijks werden Chinese kendi’s ook gebruikt bij het toedienen van medicatie, dit was het geval bij Chinese kendi’s van kleinere omvang, of bij rituele zegeningen of offeren. 17de-eeuwse Chinese kendi’s werden in de Arabische en Perzische gebieden ook gebruikt als waterpijp.
Verschillende vormen, stijlen, maten en kleuren maken de Chinese kendi’s tot fijne verzamelstukken die door een deskundige naar waarde geschat kunnen worden. Een van de variaties zijn de Chinese kendi’s die in het Midden-Oosten soms met zilveren monturen volledig tot de nek bedekt werden. Op sommige van zulke zilveren monturen zijn merktekens van Ottomaanse sultans terug te vinden. Chinese kendi’s bestemd voor het Midden-Oosten verhielden zich ook naar Perzische of Arabische smaak met bloem- en kalebasmotieven maar ook Islamitische inscripties.