De Nederlandse kunstschilder Evert Pieters ging al op jonge leeftijd in de leer bij een huisschilder in zijn geboortestad, Amsterdam.
Op zijn negentiende trok Evert Pieters naar Antwerpen om er avondtekenlessen te volgen aan de Koninklijke Academie voor Schone Kunsten. Hij leerde er om te tekenen naar pleistermodellen maar schilderde in zijn vrije tijd meestal naar plaatjes en gravures. Vervolgens ging de jonge schilder in de leer bij de Belgische landschapsschilder Theodoor Verstraete. Hij oogstte succes met het schilderij Rusttijd van de houthakkers, dat hij ingezonden had naar de Hollandse afdeling van de wereldtentoonstelling in Antwerpen. Zijn schilderijen vielen ook in de smaak op het Parijse salon, waar hij een gouden medaille won. Na enige tijd in Parijs en Barbizon verbleven te hebben, trok hij in 1895 terug naar Nederland. In de daaropvolgende periode schilderde hij vooral stillevens en landschappen. Qua stijl liep hij in de voetsporen van de Hollandse meesters. Kort na de eeuwwisseling woonde Evert Pieters een tijd lang in Italië. Hij werd er geïnspireerd door de rijke kunstgeschiedenis en maakte zijn werken lichter en meer helder. De kunstschilder ontwikkelde zich er tot een exponent van het impressionisme. Uiteindelijk verhuisde hij in 1905 naar Katwijk aan Zee, waar hij een groot aantal strandgezichten maakte en later naar Laren. Zijn laat 19de eeuwse schilderijen bevinden zich onder meer in Antwerpen, Brasschaat, Haarlem, Hilversum, Laren, Barcelona en Toledo.