De kunstproductie tijdens de Contrareformatie in de Nederlanden
Tijdens de 17de eeuw, beter bekend als de zogenaamde Gouden Eeuw, tekent zich een belangrijke kunsthistorische verschuiving af na de diepe identiteitscrisis van de Kerk die zich manifesteerde in de eeuw daarvoor. Het protestantisme verspreidde zich aan een razendsnel tempo en kwam in het gedrang te staan van de katholieke kerk. Het befaamde Concilie van Trente, die de nieuwe koers van de hervorming vastlegde, zorgde voor een heropbloei van het geloof.
Dit vernieuwde katholieke elan is dan ook van een enorm groot belang voor de herleving van de kunstproductie. Na het morele verval van de Kerk stond bezinning en spirituele devotie namelijk centraal in de Barok. Deze stijlperiode kan gezien worden als een katholieke reactie op de protestantse Reformatie en vormt een belangrijke rol in de heropbloei van de beeldende kunsten, architectuur, literatuur en muziek. In de Zuidelijke Nederlanden belichamen vooral 17de-eeuwse kunstschilders als Peter Paul Rubens en Antoon van Dyck dit nieuwe ideaal. Hun exhuberante en weelderige stijl stond in fel contrast met protestanten uit de Noordelijke Nederlanden zoals Rembrandt van Rijn en Frans Hals. Deze Oude Meesters en hun vele navolgers lieten het handelsklimaat enorm floreren. Ook het ontstaan van talloze nieuwe genres en specialismen zoals genrestukken, stillevens en landschappen zijn hier een belangrijk gevolg van.