Isaac van Duynen (1628 - ca. 1680), soms ook bekend als Isaac van Deynen of Isaac van Duijnen, was een 17de-eeuwse schilder uit de barokperiode, werkzaam in de Noordelijke Nederlanden.
Isaac van Duynen werd geboren in Dordrecht en ging allicht daar in de leer bij Jacob Gerritsz. Cuyp, een old master die vooral bekend is om zijn pastorale landschapsschilderijen. Na een reis naar Rome in de jaren 1650 vestigde hij zich in Den Haag; in 1665 werd hij er lid van de Confrerie Pictura, een broederschap van 17de-eeuwse kunstenaars die ontevreden waren over de plaatselijke Sint-Lucasgilde. Zelf specialiseerde Isaac van Duynen zich in stillevens met vissen: in 1718 werd hij door Arnold Houbraken genoemd als de grootste meester van het genre. De meeste antieke schilderijen van zijn hand ogen vrij sober in hun compositie, met enkele vissen en een paar oesters in een rieten mand. Ander werk toont de invloed van o.a. Jan Davidz. De Heem, die in de tweede helft van de zeventiende eeuw het genre van het pronkstilleven tot volle bloei bracht.