Leon De Smet was een 19de-eeuwse kunstschilder van Belgische afkomst.
Samen met zijn broer, expressionistisch schilder Gustaaf de Smet, volgde Leon de Smet zijn opleiding aan de Gentse Koninklijke Academie voor Schone Kunsten. De creativiteit kregen de broers alvast mee van hun vader: hij was fotograaf, toneelschrijver en schilder. Beide broers worden gerekend tot de Latemse school, waar ook schilders als Constant Permeke, Frits van den Berghe en Valerius de Saedeleer aanwezig waren. Deelnames aan de triënnale Salons georganiseerd in Antwerpen, Gent en Brussel waren legio. Leon De Smet vestigde zich in het Belgische kunstlandschap, ook dankzij een actief lidmaatschap in de Cercle Artistique et Littéraire. Bij Leon de Smet zijn referenties aan het pointillisme, impressionisme en expressionisme nooit veraf. Pas toen hij zou vertrekken naar het Verenigd Koninkrijk bij het begin van de eerste Wereldoorlog werd hij beroemd omwille van zijn schilderkunst. Alhoewel hij in 1917 even naar het front wordt geroepen, zal De Smet na de oorlog tot in 1925 zijn verblijf in Londen behouden. Ondertussen wordt hij ook in het hedendaagse kunstlandschap geapprecieerd: zijn schilderijen zijn terug te vinden in verschillende Belgische musea, waaronder Gent, Antwerpen en Brugge. Leon De Smet overleed op 9 september 1966, op het moment dat een overzichtstentoonstelling in het Mudel te Deinze aan de kunstenaar was gewijd.