De Leidse fijnschilders
In de 17e eeuw werd het begrip ‘fijnschilder’ enkel gebruikt om een onderscheid te maken tussen kunstschilders en huisschilders, maar 19e-eeuwse kunsthistorici namen de term over als naam voor een groep schilders uit de Nederlandse Gouden Eeuw die bekend staan om hun zeer naturalistische weergave, meticuleuze techniek en gedetailleerde tafereeltjes. Het betreft hier niet per se een duidelijk te groeperen “school” van kunstenaars, wel een stijlidioom dat bijzonder prominent bleek in Holland tussen ongeveer 1630 en 1710, in het bijzonder in de stad Leiden. Vandaar dat er ook wel gesproken wordt van de “Leidse fijnschilders”. De bekendste vertegenwoordiger van deze 17de eeuwse kunst is allicht Gerrit Dou, wiens atelier vele schilders van dit kaliber voorbracht (o.a. Frans van Mieris en Adriaen van der Werff).
Ook Godfried Schalken en Gabriël Metsu worden vaak tot deze groep gerekend. Antieke schilderijen van de Leidse fijnschilders zijn vaak opmerkelijk glad, zonder zichtbare penseelstreken. Daarin verschilde deze oude meesters erg van hun tijdgenoten Rembrandt en Frans Hals, die de verf er liever wat dikker oplegden. Omdat de techniek van de fijnschilders het best tot haar recht in kleinschalige werken, vervaardigden deze meesters vooral genretaferelen, nachtelijke scènes bij kaarslicht of niche-schilderijen met trompe l’oeil-effect.